Knotbomen

Knotbomen
wilgen knotten

Knotbomen in de Oude IJsselstreek

Iedereen kent ze wel: de karakteristieke knotbomen die al generaties lang het landschap van de Oude IJsselstreek sieren. Stoer en onverstoorbaar staan ze langs weilanden, beken, sloten en wegen. Wind, regen en kou lijken hen moeiteloos te trotseren. Hoe ouder de boom, hoe indrukwekkender de knot en hoe meer geschiedenis hij met zich meedraagt.

Een boom met een rijke geschiedenis

Vroeger werden knotbomen regelmatig geknot vanwege de waarde van het hout. De jonge twijgen werden gebruikt voor het maken van bezems en gevlochten manden. De dikkere takken dienden als bonenstaken, palen of bezemstelen. De stammen waren geliefd bij klompenmakers en natuurlijk verdween een deel van het hout in de kachel voor de noodzakelijke warmte.

Een bijzonder kenmerk van wilgen is dat afgezaagde takken eenvoudig opnieuw kunnen wortelen. Door een scheut in de grond te steken, groeide er een nieuwe boom. Zo konden boeren vroeger zonder hoge kosten erfafscheidingen en perceelranden beplanten.

Hoewel grienden – wilgenakkers voor de productie van wilgenhout – vooral in het westen van Nederland voorkwamen, zijn knotbomen ook onlosmakelijk verbonden met de Achterhoek en de Oude IJsselstreek. Ze vormen een belangrijk onderdeel van het karakteristieke coulisselandschap.

Wat is knotten?

Knotten is een bijzondere vorm van snoeien waarbij alle takken worden terug gezaagd tot op de knot. Door deze periodieke snoei ontstaat wondweefsel dat zich in de loop der jaren ontwikkelt tot de kenmerkende verdikking: de knot. Regelmatig onderhoud voorkomt dat de boom te zwaar wordt en verlengt zijn levensduur aanzienlijk.

Waarom knotten we nog steeds?

Het knotten van bomen is vandaag de dag nog steeds belangrijk:

  • Behoud van het karakteristieke landschap van de Oude IJsselstreek.
  • Verlenging van de levensduur en gezondheid van de boom.
  • Creëren en behouden van leefgebied voor vogels, insecten, vleermuizen en andere dieren.
  • Behoud van cultuurhistorisch erfgoed.
  • Voorkomen van het uitbreken van zware takken en vergroten van de veiligheid.
  • Bescherming en versterking van oevers in natte gebieden.

Hoe gaat het knotten in zijn werk?

Bij het knotten worden alle uitgelopen takken zorgvuldig teruggesnoeid tot op de knot. Afhankelijk van de groeiplaats en de groeisnelheid gebeurt dit gemiddeld eens per drie tot zes jaar.

Hiervoor wordt gebruikgemaakt van passend gereedschap, zoals een snoeischaar, telescopische boomschaar of kettingzaag. Het werk wordt zorgvuldig uitgevoerd, met oog voor zowel de boom als de omgeving.

Om de biodiversiteit te behouden worden bomen vaak om en om geknot. Hierdoor blijft er altijd beschutting en leefruimte aanwezig voor dieren die gebruikmaken van de bomen. Bovendien zorgt deze werkwijze voor een natuurlijk en afwisselend landschap.

Snoeiperiode

De beste periode om knotbomen te snoeien is in de wintermaanden. In deze periode is de boom in winterrust en wordt de flora en fauna zo min mogelijk verstoord.

VAL Oude IJssel zet zich samen met grondeigenaren in voor het behoud van deze karakteristieke knotbomen. Zo dragen we bij aan een aantrekkelijk, bio divers en herkenbaar landschap, nu én voor toekomstige generaties.

14 september 2020